Het nieuws kwam als een donderslag bij heldere hemel. Roland Rapeau was met zijn tractor in een aanrijding betrokken en werd gehospitaliseerd in de kliniek van Cosne.
Diagnose: een verblijf van enkele weken met een nog langer herstel. Uiteindelijk zou alles goed komen. Probleem was: het werk in de wijngaard zou niet wachten op een fitte Rapeau. Het allereerste wat te doen stond was het snoeien en het opbinden van de ranken.
Vlamingen zijn dan wel een volk van feestvierders, als er te werken valt zijn ze eveneens paraat. En zo gebeurde. Met onze groep van jolige vierders trokken we naar het wijndorp aan de Loire om Martine Rapeau een hart onder de riem te steken.
We schreven februari. Het was er ijzig koud bij amper een graad of twee. Het sneeuwregende, wat er voor zorgde dat we met onze laarzen enkeldiep in de zware kleigrond wegzakten. Met verkleumde vingers maakten we de ranken aan de ijzeren leiddraden vast. Eerste knop eronder, tweede knop erboven, derde knop eronder, in een vlechtwerk waarbij de broze rank niet mocht breken.
Gelukkig bestaat er nog iets als Franse joi-vivre, waarbij de middagpauze al om goed elf uur werd ingezet met l'heure de l'apéritive.
Dat onze komst danig indruk maakte op de Rapeau's en aanverwanten werd duidelijk toen de plaatselijke pers haar opwachting maakte om het nobele werk van de Belgen in Le Voix Sancerrois breed uit te smeren.
Onze behulpzaamheid zou het begin betekenen van een vriendschap met de familie Rapeau die 30 jaar later nog altijd even levendig is. En wat er toe leidde dat Roland Rapeau onze allereerste wijnboer werd waarmee we een degustatie organiseerden.