Reizen doorheen Frankrijk

Imposant: wandelen vanuit Chamonix

Reizen heeft me altijd aangesproken. Neen, niet onmiddellijk die verre bestemmingen op dagafstand vliegen.

Na het avontuurlijke van wandel- en klimpartijen in de Haute-Savoie, toch goed voor een tiental jaren, zochten we andere oorden. Ingegeven door onze nieuwsgierigheid op gastronomisch en vinologisch vlak.

Plots werden reisdagen opgesplitst in tussenstops waardoor we relax konden genieten van leuke hotelletjes, fijne restaurantjes en vooral...interessante ontmoetingen.

Op die manier leerden we André Chabanne in Pouilly-sur-Loire kennen, waren we te gast in de onder-Beaune-gelegen-kelders bij Drouhin, proefden we heerlijke Côte Rotie wijnen bij Vidal-Fleurie, speelden we een spelletje biljart met champagne-maker Reynaud, was het onthaal door vader Thienpont (1984) op Vieux Chateau Certan memorabel en waren we een dag lang de gast van Fessy in de Beaujolais, met inclusief sterrendiner.

Ik kan U tientallen verhalen vertellen. Over het leuke etentje in Le Lièvre Amoureux in de Vercors, over de nimmer overtroffen chariot de fromage aan de boorden van de Loire, over beduusde serveermeisjes in Les Fines Roches, of zelfs iets over de sterrendiners in Mougins bij Vergé en in Collognes sur Rhône, waar we een kwartiertje na het service getuige konden zijn van glimmend koper in de majestueze keuken van grootmeester Bocuse.

Als er één verhaal is dat ik U niet wil onthouden dan is het dat waarvoor we op onze 10e huwelijksverjaardag aanschoven in Brive-la-Gaillarde op weg naar de Périgord Noir.

Het was niet eens gepland. Noch de stop in het stadje, noch het bezoek aan La Crémaillère. Het zag er niet eens zo denderend uit, zelfs dat niet. Maar het had iets waar we onmogelijk aan voorbij konden gaan: de geafficheerde menukaart. Betaalbaar en uitnodigend lekker.

Waren wij het Fôret de Tronçais dankbaar dat het buiten de collectie van honderjarige eiken niet veel te bieden had. Het enorme woud mocht dan al DE leverancier zijn voor de eiken barriques waarin de allergrootste namen hun edele wijnen laten rijpen, daarmee stil je nog geen goesting, laat staan honger.

In Brive-la-Gaillarde kwamen we wel aan onze trekken. Veel meer dan dat zelfs.

Nadat we uitgepakt hadden en ons na een opfrisbeurt naar het restaurant begaven werden we aangetrokken door de diploma's, getuigschriften en oorkondes van de meester des huizes. Zijn naam Charlou Reynal. Pas veel later zou ik in publicaties (*) zijn naam herhaalde keren terugzien en zou ik de inpact beseffen die de man op zijn streek, de Limousin, had.

Wat die avond gebeurde was het onvoorspelbare van een opeenvolging van toevalligheden.

Waren wij, Suzanne en ik die dag geen 10 jaar gehuwd, was mijn jongere broer Yvan niet onze compagnon geweest, hadden we ons niet in Brive maar in het Fôret de Tronçais onder een eik te rusten gelegd, hadden we niet de menukaart van Monsieur Reynal opgemerkt en vooral... hadden we ons budget voor een fles wijn niet verdubbeld, dan zou het volgende wellicht nooit gebeurd zijn...

Het menu was effenaf lekker: oeuf aux truffes noir, aigneau aux herbes de mon jardin, chariot de fromage, souppe de fruits rouges. We proefden wijntjes waarvan ik de naam vergeten ben.

Wat me bijgebleven is: de schitterende wijnkaart, of beter, het overweldigende wijnboek. Geen sprake van Chileense, Argentijnse of Oostenrijkse wijnen. Vergeet niet, we waren pas 1984. Een tijdperk waarin Franse wijnboeren andere werelddelen nog moesten ontdekken, laat staan zelf exploreren.

Yvan vroeg me of hij de extra fles bij de kaas mocht kiezen en of wij bereid waren hiervoor 150 FF uit te leggen. Die 25 euro, of 1000 oude belgische franken waren geen al te buitensporige uitgaven, gezien de toch wel speciale dag zoals een 10e huwelijksverjaardag kan zijn.

Uiteindelijk zou een chateau Figeac Saint Emilion 1e grand cru classé onze kaas begeleiden. Een topper uit het gezegende jaar...1970(**).

Leuk detail aan die keuze: als verjaardagscadeau had broer-lief onze inzet van 150FF verdubbeld.

Vanaf het ogenblik dat de maître de fles aan onze tafel presenteerde nam Monsieur Reynal, tot dan toe in de keuken de scepter zwaaiend, het initiatief over. Aanvankelijk nog met een keurende blik - zo van: wie zijn die jonge snaken die een Figeac bestellen-.

Wij zagen onze kans schoon om de man te interpelleren naar de rijkdom van zijn kelder.

Een betere vraag hadden we de patron van de Crémaillère nooit kunnen stellen. Volgens de blikken van zijn echtgenote,achteraf, geen ambetantere vraag. Wat bleek?

Vanaf dat ogenblik had Charlou alleen nog maar oog voor onze tafel. Meer zelfs; tussen hoofdgerecht en kaas met Figeac loodste hij ons mee naar de kelder, bereikbaar met open trap vanuit het restaurant. 'n gedeelte bevatte de rode wijnen, op punt om geserveerd te worden. Achter een deur, iets koeler lag dezelfde schitterende collectie aan drinkklare witte grootheden.

Wat was zo bijzonder aan die verzameling: niet alleen de rijkdom aan kapitaal maar nog veel meer de rijkdom aan verhalen, anekdoten en beschouwingen. Het wel en wee van de familie Lurton, de machtige Rothchild clan... we waanden ons op een familie-reunie van Franse wijnaristocraten.

Het ongenoegen van dame Reynal werd alleen maar groter toen manlief ons na het dessert uitnodigde hem te vergezellen naar de opslag-kelder. Wat we een straat verder in de kelder van een leegstaande patriciërswoning te zien kregen maakte ons sprakeloos. Kisten Rothchilds, van Mouton tot Lafitte, Haut-Brion, Cheval Blanc, Margaux... Het stond er allemaal, gestapeld in een -alleen voor de patron van de Crémaillère bekende- wanordelijke orde.

Die avond zijn we een pint gaan pakken op een terrasje van een café waar les Brivoissiers hun verhalen vertellen. Ons onderwerp bij een Kronenbourg 1664 laat zich zo raden. Toen nog niet vermoedend dat er een vervolg aangebreid zou worden.

Monsieur Reynal, door zijn Madame wellicht de wacht aangezegd, werd de volgende ochtend verantwoordelijk gesteld voor de opvang van de klanten en gedegradeerd tot de service van le petit-déjeuner. Dat belette hem andermaal niet er voor te zorgen dat het vervolg van onze reis op even hoog niveau zou evolueren. Reis die ons aanvankelijk alleen maar tot Saint-Emilion zou leiden, wat ook gebeurde.

Het surplus kwam er volledig op voorspraak van Charlou Reynal, nadat hij die morgen verschillende telefoontjes regelde.

Twee dagen later werden we persoonlijk ontvangen op Chateau Mouton Rothchild en kregen er bij de rondleiding een VIP-behandeling.

(*) heelwat jaren later ontdekte ik dat Charlou Reynal auteur was van verschillende boeken waarin hij de liefde voor de keuken van zijn streek met schitterende gerechten illustreert. Die streek, de Limousin in de Corèze en aanleunend bij de Périgord heeft dan ook heelwat te bieden. Denken we alleen nog maar aan de limousin-runderen, de truffels en de ganzen.

(**) toen ik tijdens een gesprek met Guy Vanneste in... 2007 vertelde over de Figeac 1970, gaf de patron van het Brugse Pandreitje me een complete beschrijving van deze topper. Guy Vanneste beschikt over een fotografisch geheugen waarin plaats is voor alle grote wijnmomenten. De degustatie van een fles Chateau Figeac 70 is er zo een van.

<<...terug naar het Prille Begin