De kennismaking met onze allereerste wijnboer, die we naar ons land zouden halen, verliep in verschillende stappen. Nadat André Chabanne ons op weg had gestuurd en we zo Jean-Jacques Bardin hadden ontdekt zou de liefde voor Pouilly -sur-Loire alleen maar toenemen. ok, Sancerre was dan wel zoveel mooier, groter,trendy-er en nog zoveel meer, de eerste innige contacten waren er niet in het stadje aan de overkant van de Loire gekomen, maar hier bij de rossige Marcel Langoux op Petit Soumard, bij Thierry Marcolini, Europese snelheidsduivel op twee wielen en keldermeester op het domein La Renardière. Hij zou ons uitnodigen naar zijn eigen kelder - alleen voor vrienden - waar hij het sap van 1 ha sauvignon tot zijn eigen wijn vinifieerde. Of bij de loco-burgemeester van Saint-Andelain, de wat hautaine Monsieur Guyollot (tot na de eerste fles) en de verrukkelijke koekjes van schoonma Landrat.
Ik herinner me een jeugdzonde. Om op een goed blaadje te komen en de degustatie een goede wending te geven toonde ik de ouwe Landrat het boek van Hubrecht Duycker, de Nederlander, die als geen ander dorp en wijn wist te beschrijven. Eén van de betere Pouilly's vond hij de Landrat. Een wijn met de geur van...asperges.
Toen ik de wijnboer attent maakte op deze eervolle vermelding schudde hij het hoofd: mon vin, un nez d'asperges? Mon vin a un arome d'un bon vin, voilà, enfin...asperges!
En zo zouden we weekends Pouilly met soms maar een tussentijd van...7 weken aan elkaar rijgen. Pouilly, het dorp op 500 km van onze deur, langs de toen nog beroemde Nationale Sept.
Les Belges werden er beroemd en voor 'echte' vrienden in 'de Commerce' aanzien. Niet in het minst door de plaatselijke bakker, die we dan ook in menig rondje betrokken. Maar evenzeer door de bakkersvrouw verfoeid. Het werd er alleen maar erger op als de brave man ons ook nog eens naar de zaak meetroonde om ons als afscheid te trakteren op zijn zelfgemaakte pralines.
In de 'Bouteille d'Or' aten we klassiek maar lekker. Madame Pivarec ' een norse tante', steeds met de blocnote in de aanslag om te noteren, moesten we er bijnemen.
Na de sluiting van de Bouteille en het uitproberen van ondermaatse hotelletjes belanden we in de Relais Fleurie van de Astrucs. Het eten was er zoals de kamers: in eerder wisselende staat. Maar het had iets. Meer auberge kon het niet zijn: met z'n diep wegzakkende fauteuils, z'n schitterende koperen koffiemachine, de rijke keuze aan degustieven en een terras om op weg te dromen. Dromen die werden meegevoerd op het trage ritme van de Loire dat aan het eind van de tuin haar weg zocht naar Angers.
Hoe we uiteindelijk bij Roland Rapeau zijn aanbeland? Gewoon crazy!
En toen kwam Rapeau
Roland Rapeau ontdekten we niet in de wijnvelden maar in een cafeetje in Saint Andelain. Of beter gezegd: we zagen eerst Martine, de echtgenote. Er naast kijken kon moeilijk want het was een nogal breed uitgevallen verschijning.
Het cafeetje, waar je ook wel iets kon eten, was de ontmoetingsplaats voor iedereen die ook maar wat met wijnbouw te maken had.
Ik herinner me ons allereerste bezoek in de late namiddag. We hadden er enkele degustaties opzitten en de kleine bolle glaasjes met de Pouilly Fumé bleven er maar komen. Kon ook moeilijk anders als je een poging tot het aanknopen van een gesprek telkens ondersteunt met het offreren van een glas. De ' à la votres' waren er dan ook nooit uit de lucht.
De Pouilly Fumé en de Chasselas zorgden er voor dat de magen gingen knagen, in zoverre hoorbaar dat de waardin ons wel een petite cascroutte wou serveren.
Die cascroutte kwam er in de vorm van andouilettes, de beroemde Franse worst, waarbij darmen opgevuld worden met varkensingewanden. Bleek dat de Rapeau's daags daarvoor een beest hadden geslacht.
Ik eet graag, ik probeer graag streekgerechten uit, ik denk praktisch alles te lusten. Maar die namiddag in Pouilly-sur-Loire, met een nogal stevig quantum Pouilly-Fumé op de maag, was dat wel het laatste waar ik zat op te wachten. En met mij, mijn bondgenoten: Suzanne, Yvan, Willy, Anita. Hoe we het klaarspeelden de waardin in de waan te laten dat het magnifique was, zonder dat er ook maar iemand een hap door de keel had gekregen, blijft een raadsel (niet voor ons).
Hoef ik U onze paraatheid uit te leggen als je weet dat Roland Rapeau, thuisgekomen van de dagtaak bij de rossige Marcel Langoux van het gelijknamige domein in Petit Soumard, er op stond ons als afsluiter van het maal te trakteren met een degustief: een marc van de sauvignondruif.
Pas jaren later biechten we het ganse verhaal aan de Rapeau's op.
Die smeuige anekdote zorgde er voor dat we enkele maanden later opnieuw aan de deur stonden van 'le petit café et ses andouilettes magnifiques'. Een gesloten deur, want wat bleek: de pa van Roland was na ziekte overleden en het jonge koppel dat ondertussen begrepen had, dat café houden niet hun ding was, was teruggekeerd naar het ouderlijk huis in Les Berthiers. Een van die typische wijngehuchten in Pouilly-sur-Loire. Ze hadden er de zorg voor de oude moeder, de wijnvelden en het arsenaal van Pouilly Fumé op zich genomen. Het belette ons niet hen in hun nieuwe omgeving op te zoeken.
Het onthaal bij het wijnbouwersgezin beviel ons in zo'n mate dat we er nieuwe afspraken maakten en ervaarden hoe de jonge Rapeau zich stilaan opwerkte tot een producent die ondanks de beperkte mogelijkheden in staat bleek een meer dan behoorlijke Pouilly Fumé te vinifieëren.
Tot op het ogenblik dat een traktorongeval een tijdelijk einde maakte aan de voorbereidingen van een nieuw seizoen...
Wij zouden ons er op slag Pouilly-beroemd maken: met ons vijven trokken we een weekend naar de Rapeaus om Martine te helpen bij het opbinden van de ranken.
Lees verder bij 'wijnranken opbinden'
<<...terug naar het Prille Begin