![]() |
Beroemde blauwe druif die verantwoordelijk is voor de grote Médoc-wijnen. Dikke schil (tannine) - rijpt langzaam - goed bestand tegen rotting -. Hij geeft de wijn z'n dieprode kleur en redelijk wat tannine. Herkenbaar aan de geur van cassis, ceder en zwarte peper. Hij ontwikkelt fijne en volle aroma's. In jaren met mindere rijping komt het grassige, paprika naar voor. Tegenwoordig ook aangeplant in het zuiden en zuidwesten. In alle overzeese landen groeit zijn aanwezigheid spectaculair. andere rassen volgen |