Wat doe je als je op terugweg van de Tarn, Pouilly-sur-Loire zowat halverwege aantreft? Je houdt er halt, boekt er een kamer voor één nacht en maakt van de gelegenheid gebruik om enkele kartonnetjes van de beroemde Pouilly Fumé op te slaan. Alleen blijft er de vraag: waar koop je goeie Pouilly Fumé?
Dat was de vraag die zich stelde toen we onze intrek in La Bouteille d'Or namen. Zowat elk huis had er zijn uithangbordje met: ici vente le Pouilly Fumé et le Chasselas.
Omdat we al vlug in de smiezen hadden dat de joyeuze Monsieur Pivarec, eigenaar van het hotel, wat in de schaduw van zijn madame, maar op het voorplan tredend wanneer hij enkele localen in zijn bar rond zich had geschaard, de best geplaatste persoon zou kunnen zijn om ons op weg te zetten, besloten we de man te interpelleren naar het hoe en waar.
Niet zonder, zoals het goeie Vlamingen beaamt, vooraf plaats te hebben genomen aan een van de twee tafeltjes dat het terrasje rijk was en naar de wijnkaart te vragen. Kwestie van in de juiste gemoedsstemming te raken. Wij, dat waren echtgenote Suzanne, ondergetekende, Wilfried Moeyaert en jongere broer Yvan.
Wat was opmerkelijk aan de wijnkaart? De laatste pagina met de vermelding: Pouilly Fumé ' La bouteille d'Or ' pour emporter. Boite de deux, trois, six ou douze bouteilles. Mis en bouteille à la propriétaire.
Weg was ons idee over de objectiviteit van Monsieur Pivarec. We hebben hem dus niet gevraagd waar we een goeie Pouilly Fumé konden kopen. Alhoewel, het dient gezegd: de fles die we op terras soldaat maakten liet zich smaken. Dat zouden ook de flessen doen die we er de daaropvolgende jaren consumeerden.
Er zat dus niets anders op dan op goed geluk het dorp in te trekken. Suzanne werd in bad gestopt, met voor éénmaal, de raad dat ze zich niet hoefde te haasten.
Nauwelijks op pad troffen we een oude man, typisch Frans: casquette, grijs-zwarte jas, wandelstok. Of hij ons de weg kon wijzen naar een goed adresje.
De man keek ons aan, salueerde, prikte met zijn wandelstok tegen m'n lijf en opende met: ah des Belges! Et les Belges sont mes amis, parceque pendant la guerre...
Zo begon een verhaal dat pas ruim twee uur later zou eindigen bij het afscheid aan het grote metalen hek dat toegang gaf tot zijn huis.
De oude man nam ons op sleeptouw langs de stofferige straten van een onder de hitte kreunend dorp. Hij hield halt bij een statig maar ietwat vervallen herenhuis, opende het grote hek, stak het koertje over en vond blindelings in een-aan-het-oog- onttrokken nis de sleutel die toegang gaf tot het walhalla. Weliswaar geen walhalla van onbetaalbare flessen maar eerder van een ongelooflijke rijkdom aan verhalen.
In het vale schijnsel van een lichtpeertje, omringd door aftandse vaten, door de tijd zwart getaande muren, stofnetten en een aarden vloer, slurpten we de Chasselas (2e wijn van Pouilly-sur-Loire) en de Pouilly Fumé uit glazen tastevins.
Het was daar dat we dag, tijd en Suzanne uit het oog verloren en ons lieten onderdompelen in de eerste les van de wondere wereld van de wijn.
Wat bleek veel later? André Chabanne, toevallige voorbijganger op die namiddag in augustus 80, was de ere-voorzitter van de wijngilde van zijn dorp. Niemand was beter geplaatst dan hij om ons wegwijs te maken in zijn dorp met de typische wijngehuchten, Petit Soumard, Saint-Andelain, Les Berthiers, Les Loges...
Daags nadien trokken we op zijn aanraden de velden in en deden er ons te goed aan onze allereerste flessen Pouilly Fumé van Bardin, Landrat-Guyollot, Langoux...
We zijn André Chabanne blijven opzoeken, correspondeerden met onze oude vriend en brachten hem bij onze bezoeken in contact met mensen die hij sedert jaren uit het oog had verloren.
Toen we van een terugreis uit het zuiden in 85 de koer betraden hadden we een stil vermoeden. Zijn stem klonk zwak door de openstaande deur. 'Entrez mes amis'. Het zou de laatste keer zijn dat we de joviale man ontmoetten.
Al die jaren later wanneer we iemand in Pouilly aanspreken en we het hebben over André Chabanne wordt zijn naam met eerbied uit gesproken; le vieux Chabanne!
Die eerbied resulteerde in een naamswijziging van de straat waar hij woonde: la rue Nationale werd Rue André Chabanne.